Monday, February 07, 2005

 

VERKLARINGE 1710-06.30


BLARICUM ORA 3267.37 DD 1710.06.30
VERKLARINGE DIRK HARMENSZ, CORS CLAASZ EN JAN WILLEMSZ

Verklaren wij onder (getekenden) Dirk Harmensz, oud omtrent de seventig jaren, Cors Claasz, en Jan Willemsz, beijde mede van competente ouderdom, ter requisitie van Theunis Gerritsz en in faveur van waerheijd, dat wij attestanten op 26 februarij deses jaars 1710 met en nevens andere personen het lighaam van den overleden Hendrik Theunisz, soon van den regnt indesen hebben helpen ter aarde bestellen, dat onder andere daarmede present was Jacob de Zaijer, oom van den overleden(e) van 's moederszijde sijnde, die op die tijd een overval [flauwte] kreeg, dog het selve een weijnig overgaande hebben wij attestanten gehoord en gesien, dat Evert Gerritsz de gemelte Jacob de Saijer in presentie van Theunis Gerritsz, regnt in desen, met dese woorden, off diergelijks in substantie aanspraek: "Jacob wij hebben nog liever met U als met uw Erffgenamen te doen, nademaal sij niet en weten van het Contract 't geen wij hebben gemaackt tusschen Theunis Gerritsz en sijn meerderjarige voorkinderen". Waarop door Jacob de Zaijer geantwoord wierde, daar niet van te weten, als wanneer hij Evert Gerritsz andermaal tegen hem Jacob de Zaijer seijde: "Wel Jacob weet ghij niet dat wij tesamen door Theunis Gerritsz, en sijn voorkinderen sijn versogt om te seggen hoeveel hij Theunis Gerritsz aan sijn meergemelte voorkinderen, verwekt bij Geertje Hendriks, voor haar moederlijke goederen soude uytkeren, en dat wij daarop te samen sijn int agterhuijs gegaan, en daar te looff en te bode geweest. En dat wij eijndelijk sijn veraccordeert, dat de voorkinderen van Theunis Gerritsz voor haar moederlijke goederen souden hebben: Eens de somma van 500 gl. boven een behoorlijke uijtset, en dat die somma eerst soude worden uytgekeert na doode van Theunis Gerritsz".
Als wanneer hij, Jacob de Saijer, andermaal ontkende, en dat doen door meergemelte Evert Gerritsz tegens Jacob de Saijer voorn. wierde geseijt: "Wel Jacob het geld en goed blijft hier, en wij gaan na de Eewigheijd. Siet hier een tweede opmerking van een haastige dood". En diergelijke woorden meer. "Weet ghij dan van ons accort niet t'geen wij samen hebben gemaakt ?" Waarop wij attestanten hen Jacob de Saijer hebben horen antwoorden ja van het gemelte accoort te weten. Waarop Evert Gerritsz het selve andermaal aan Jacob de Saijer afgevraagt heeft, die daarop weer insgelijk antwoorde ja daar
wel van te weten, en het soo geschiet te sijn.
alle het welke voorsz staat verklaren wij attestanten te wesen de opregte waarheijd, met prestatie van het selve ten allen tijden des versogt sijnde met Eede te stercken, en gevende voor redenen van wetenschap als in den text.
actum Blaricum den 30 Junij 1710
Cors Klasen bode tot blarkom
dit merck is geteekent bij + Dirk Harmensz
dit merck is geteekent bij + Jan Willemsz
dit is geteekent in mijn presentie Aaron Duerkant. [1]
(Cors Claas was gerechtsbode)

B 710 3267 37B ( 1998.02.03)
__________________________________________
F.J.J. de Gooijer

http://gooijer.nl.jouwpagina.nl
Voor afbeeldingen en foto's, zie
http://gooiland.vijftigplusser.nl

Labels:


This page is powered by Blogger. Isn't yours?